Hoeselt

  • Housle (1066)
  • Hurle (1155)
  • Husle (1155)
  • Hurlo (1280)
  • Huselt (1293) Hus + lo = huis bij het bos

Opgravingen en toevallige vondsten van Romeinse voorwerpen en grondvesten van villa's, duiden op een niet onbelangrijke Romeinse en Gallo-Romeinse kolonisatie, nauw samenhangend met het nabijgelegen Romeinse Tongeren.

Op kerkelijk gebied ontstond, nog vóór de Karolingische tijd, uit de vroege Tongerse christenheid, een zelfstandige moederparochie Hoeselt, die later het ontstaan gaf aan 7 afhankelijke kerken: Sint-Huibrechts-Hern, Vliermaal, Beverst, Romershoven, Schalkhoven, Werm en Althoeselt. In 1066 werd de parochie Hoeselt, met al haar afhankelijkheden, door prinsbisschop Theoduinus van Luik geschonken aan het kapittel van de O.L.Vrouwkerk van Hoei.

Als dusdanig werden de kapittelheren van Hoei de grote tiendenaars in Hoeselt, alhoewel het kapittel van de O.L.Vrouwkerk van Tongeren nog tiendenaar bleef op de oudst ontgonnen gronden van Hoeselt. Vliermaal en Sint-Huibrechts-Hern verwierven rond 1250 een betrekkelijke zelfstandigheid. De overige parochies verwierven pas in de dertiger jaren van de 19de eeuw hun onafhankelijkheid.

Hoeselt was een deel van het koninklijk Frankisch fiscus- of kroongebied, dat vrij spoedig een vrijgemaakt kerkelijk leen was, onder het directe bestuur van de prinsbisschop van Luik. Het centrum van de gemeente toont nog sporen van dit oude Frankische dorp: een driehoekig dorpsplein, met daarrond de woningen; een motheuvel, overblijfsel van de versterkte woning van de plaatselijke heer, uit de tiende eeuw; rondom, en hoofdzakelijk op de zuidgerichte hellingen, de oudste ontgonnen en vruchtbaarste akkers van de dorpsgemeenschap. De verder van het centrum gelegen bossen werden ontgonnen en in cultuur gebracht in de 12de en de vroege 13de eeuw. Alhoewel Hoeselt in de 13de eeuw, en dit tot de opslorping van Loon door Luik in 1323, onder voogdij viel van de Graven van Loon, bleef het Luiks territorium en was er het Luiks recht van toepassing. De goederen en de rechten die de prinsbisschop in Hoeselt bezat, werden vanouds beheerd vanuit de Kellerij door een Kelleneer.

Hoeselt was opgedeeld in 8 kwartieren: Dorp, Gansteren, Cruys & Hombrouck, Neroy, Crieckendael, Buckinxlinde, Althoeselt-Dorp en Althoeselt-Brouck, waarover ieder jaar een dorpsmeester of burgemeester werd aangesteld.

In 1619 verpandde de prinsbisschop Ferdinand van Beieren de heerlijkheid Hoeselt aan de landcommanderij van Aldenbiesen. Achtereenvolgens voerden Edmond Huyn van Amstenraedt, Godfried Huyn van Amstenraedt van Geleen en Edmond Godfried von Bocholtz de titel Heer van Hoeselt. In 1683 nam het Sint-Lambertuskapittel van Luik de heerlijkheid terug aan zich en benoemde kanunnik Bernard Guillaume de Hinnisdael tot tijdelijk Heer van Hoeselt.

In 1706 kocht Willem-Gerard Moffarts de titel Heer van Hoeselt met al de heerlijke rechten er aan verbonden. De familie de Moffarts bleef deze functie ook uitoefenen tot aan de Franse Revolutie.