Leerplicht en toelatingsvoorwaarden
§1 Toelatingsvoorwaarden kleuteronderwijs
Kleuters mogen pas ingeschreven worden vanaf de dag dat ze 2 jaren en 6 maanden oud zijn.
Als ze jonger zijn dan 3 jaar, worden ze slechts in de school toegelaten vanaf de instapdatum na hun inschrijving.
De instapdata zijn: de eerste schooldag
- na de zomervakantie,
- na de herfstvakantie,
- na de kerstvakantie,
- van 1 februari,
- na de krokusvakantie,
- na de paasvakantie,
- na de hemelvaartsdag.
Een kleuter die de leeftijd van drie jaar bereikt heeft, kan elke dag worden ingeschreven en in de school toegelaten zonder rekening te houden met de instapdagen.
Voor kleuters moet schriftelijk bevestigd worden dat het kind niet in een andere school ingeschreven is.
§2 Afwijkingen toelatingsvoorwaarde kleuteronderwijs
Omdat sommige leerplichtige kinderen nog niet rijp zijn om het lager onderwijs aan te vatten, is het mogelijk dat een leerling die 6 jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar, nog een schooljaar kleuteronderwijs volgt. Deze afwijking blijft beperkt tot één jaar.
Zowel de klassenraad als het bevoegde CLB geven de ouders hierover voorafgaandelijk advies zodat de ouders met kennis van zaken een beslissing kunnen nemen. Het is noodzakelijk dat de ouders toelichting krijgen bij deze adviezen (eventueel tijdens een gesprek met de directeur en de betrokken klastitularis).
Nadat de ouders op de hoogte zijn van de voor- en nadelen en de mogelijke consequenties, nemen zij de uiteindelijke beslissing.
Voor de leerplichtige kinderen die nog geen kleuteronderwijs volgden, is enkel het advies van het CLB vereist.
§3 Toelatingsvoorwaarden lager onderwijs
Om toegelaten te worden tot het lager onderwijs moet de leerling 6 jaar zijn vóór 1 januari van het lopende schooljaar.
In principe duurt het lager onderwijs zes jaar.
§4 Afwijkingen toelatingsvoorwaarden lager onderwijs
Een leerling die 5 jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar kan reeds in het lager onderwijs ingeschreven worden. Deze afwijking blijft beperkt tot één jaar.
De ouders nemen hieromtrent een beslissing na voorafgaandelijk advies van de klassenraad en het bevoegde CLB. Het is noodzakelijk dat de ouders toelichting krijgen bij de adviezen zodat zij met kennis van zaken een beslissing kunnen nemen.
Een leerling kan minimum vier jaar - behoudens in uitzonderlijke omstandigheden mits afwijking door de Vlaamse regering - en maximum acht jaar in het lager onderwijs doorbrengen met dien verstande dat een leerling die 15 jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar geen lager onderwijs meer kan volgen. Voor de toelating tot het achtste jaar is een gunstig advies van de klassenraad en een advies van het CLB vereist. De klassenraad kan slechts een gunstig advies geven als zij van oordeel is dat de betrokken leerling dat achtste jaar in voldoende mate de in de leerplannen opgenomen doelen zal kunnen bereiken.
De ouders kunnen niet verplicht worden hun kind een achtste jaar lager onderwijs te laten volgen, ook al is er een gunstig advies van de klassenraad.
De ouders nemen de uiteindelijke beslissing omtrent het verloop van de schoolloopbaan van hun kind.
Keuze van de levensbeschouwelijke vakken
Bij elke inschrijving van hun leerplichtig kind in het lager onderwijs bepalen de ouders, bij ondertekende verklaring dat hun kind een cursus in één der erkende godsdiensten volgt of dat hun kind een cursus niet-confessionele zedenleer volgt.
Ouders die op basis van hun religieuze of morele overtuiging bezwaren hebben tegen het volgens van één van de aangeboden cursussen godsdienst of niet-confessionele zedenleer, kunnen op aanvraag een vrijstelling bekomen.
De ouders zijn verplicht deze keuze te maken bij de eerste inschrijving in de school. Deze verklaring wordt binnen de 8 kalenderdagen, te rekenen vanaf de dag van inschrijving in de school of vanaf 1 september, afgegeven aan de directeur. De ouders kunnen bij het begin van elk schooljaar hun keuze wijzigen.
Schoolveranderen
Schoolverandering kan steeds in de loop van het schooljaar. Elke schoolverandering tussen de eerste schooldag van september en de laatste schooldag van juni moet schriftelijk meegedeeld worden door de directie van de nieuwe school aan de directie van de oorspronkelijke school. De mededeling gebeurt
- ofwel bij aangetekend schrijven,
- ofwel tegen ontvangstbewijs.
De schoolverandering is rechtsgeldig de eerste schooldag na de datum van poststempel of ontvangstbewijs.
Schoolverandering van het gewoon naar het buitengewoon basisonderwijs kan onmiddellijk zodra de ouders over een inschrijvingsverslag beschikken. De nieuwe school volgt dezelfde procedure als hierboven. |